
Soorten pollen
Er zijn verschillende soorten pollen, onderstaand een overzicht.
Hazelaars zijn de eerste struiken die bloeien na de winter. Ook hier verschijnen tijdens de bloei gele, hangende katjes. Bloeiende hazelaarstruiken zijn goed te herkennen aan deze lange, lichtgele, hangende katjes die, na de winter, één van de eerste tekenen van het voorjaar zijn.
Hoeveel pollen er de voorgaande week in de lucht zijn geweest kan gevolgd worden op de website van de polleninformatie dienst van het LUMC (www.lumc.nl/1070).
Het IgE van patiënten met een bijvoetpollenallergie blijkt ook vaak te reageren met de allergenen in het pollen van ambrosiapollen. Het is niet duidelijk of deze kruisreactie ook aanleiding geeft tot allergieklachten in deze patiënten als ze in aanraking komen met ambrosia pollen. Ambrosia is een relatief nieuw onkruid in Nederland en lijkt erg veel op bijvoet. Ambrosiapollen verschijnt in augustus tot half oktober in de lucht, maar het aantal pollenkorrels in de wekelijkse pollentellingen van het LUMC is laag.
Boompollen - Berkenpollen Mensen die allergisch zijn voor boompollen hebben vooral in het voorjaar last van hun allergieklachten. Allergie voor berkenpollen is de meest voorkomende boompollenallergie. Dit pollen wordt gevormd in de gele katjes van berkenbomen. Deze bomen, die te herkennen zijn aan de witte stam, bloeien meestal in april-mei en dit is ook de periode waarin klachten kunnen ontstaan. Wanneer de bloei precies plaatsvindt is van jaar tot jaar verschillend. Als de eerste maanden van het jaar erg zacht zijn kunnen deze bomen al eind maart gaan bloeien, terwijl in andere jaren het pollen pas eind april vrijkomt. Het bloeiseizoen van de berk duurt meestal ongeveer 3 tot 4 weken. De hoeveelheid berkenpollen die de bomen in een jaar produceren varieert enorm van jaar tot jaar. In sommige jaren worden in het Leids Universitair Medisch Centrum in totaal 7000 pollenkorrels geteld terwijl dat er in andere jaren slechts 800 zijn.
Boompollen - Elzen en hazelaarpollen
Mensen met een boompollenallergie kunnen ook al allergieklachten hebben in januari-februari. Het pollen van de els en de hazelaar kan al in januari in de lucht verschijnen en ook dit pollen kan in patiënten die daarvoor gevoelig zijn, allergieklachten veroorzaken. Zelfs tijdens een vorstperiode kan op zonnige dagen elzenpollen in de lucht verschijnen! De elzenbomen zijn te herkennen aan de zwarte elzenproppen. Dit zijn de vrouwelijke katjes van het jaar ervoor. De mannelijke bloemetjes zijn gerangschikt in geelbruine, hangende katjes. Sommige bomen bloeien al in januari, maar de meeste elzen bloeien in in februari-maart.Hazelaars zijn de eerste struiken die bloeien na de winter. Ook hier verschijnen tijdens de bloei gele, hangende katjes. Bloeiende hazelaarstruiken zijn goed te herkennen aan deze lange, lichtgele, hangende katjes die, na de winter, één van de eerste tekenen van het voorjaar zijn.
Hoeveel pollen er de voorgaande week in de lucht zijn geweest kan gevolgd worden op de website van de polleninformatie dienst van het LUMC (www.lumc.nl/1070).
Onkruidpollen
Een allergietest kan uitwijzen dat men allergisch is voor onkruidpollen. De belangrijkste soorten onkruidpollen waarvoor men allergisch kan zijn, zijn bijvoet, weegbree en zuring. De laatste twee soorten onkruid bloeien tegelijk met de grassen in mei t/m juli. Weegbree bloeit met een kransje van witte meeldraden op een bloeistengel (zie figuur 2) , en zuring bloeit met een pluim van groene bloemetjes. Bijvoet is de belangrijkste van deze drie en bloeit na de grassen (half juli –augustus). Het onkruid staat vaak in bermen en bloeit zeer onopvallend.Het IgE van patiënten met een bijvoetpollenallergie blijkt ook vaak te reageren met de allergenen in het pollen van ambrosiapollen. Het is niet duidelijk of deze kruisreactie ook aanleiding geeft tot allergieklachten in deze patiënten als ze in aanraking komen met ambrosia pollen. Ambrosia is een relatief nieuw onkruid in Nederland en lijkt erg veel op bijvoet. Ambrosiapollen verschijnt in augustus tot half oktober in de lucht, maar het aantal pollenkorrels in de wekelijkse pollentellingen van het LUMC is laag.

Figuur 2: Weegbree
In Nederland heeft ongeveer 30% van de bevolking een aangeboren aanleg om allergisch te worden.
Hun afweersysteem (immuunsysteem) maakt een bepaald type afweerstoffen tegen omgevingsfactoren die eigenlijk ongevaarlijk of onschadelijk zijn, zoals stuifmeel, kattenhuidschilfers of huisstofmijtenkeutels. Meer over hooikoorts »
Hun afweersysteem (immuunsysteem) maakt een bepaald type afweerstoffen tegen omgevingsfactoren die eigenlijk ongevaarlijk of onschadelijk zijn, zoals stuifmeel, kattenhuidschilfers of huisstofmijtenkeutels. Meer over hooikoorts »
Hooikoortsverwachting
De hooikoortsverwachting kan patiënten helpen hun hooikoortsmedicatie aan te passen of hun activiteiten anders te plannen.
Bekijk ook de dagelijkse
pollentellingen van het LUMC»
Links
Onderstaand enkele interessante websites met informatie over hooikoorts en pollen!

